Gerdeneer komt uit het Venloos, specifiek uit het gerdeneers- Venloos ofwel Venloos van de bantuin.

Van de teelt van kruiden tot op het restaurantbord of van de boomgaard tot in het glas, voor ons is het allemaal Gerdenere! Ons dialect was vroeger nog onderverdeeld in Venloos (de vestingstad) en Gerdeneersvenloos (het omringende platteland ofwel ‘de bantuin’). Het maakt wel duidelijk hoeveel gerdeneers hier woonden en werkten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woordenboek: gerdeneer

ger·de·neer [gærdə’neːr] m (-ders / -s)

Uitspraakverklaring & Klankopbouw

Een verklarend woordenboek ontleedt de uitspraak via de officiële Veldeke-spelling en klankleer voor het Venloos:

Samenvattende uitspraakhulp voor niet-Venlonaren

Fonische benadering: gär-duh-NÉÉR (Met een zachte G, een open korte A-achtige klank in de eerste syllabe, en een duidelijke, felle klemtoon op de laatste lettergreep).

Betekenis & Herkomst (Ter context)

  1. Tuinder / Hovenier: Historisch gezien een zeer herkenbaar Venloos beroep vanwege de rijke tuinbouwgeschiedenis in de regio (de zogeheten gerdeneerders).

  2. Herkomst: Afgeleid van het Franse jardinier (tuinman), dat in het Venlose dialect is verweven tot gerdeneer.